Wilt u op de hoogte gehouden worden rondom de ontwikkelingen van deze natuur- en recreatiegebieden? Meld u nu aan
Wilt u op de hoogte gehouden worden rondom de ontwikkelingen van deze natuur- en recreatiegebieden? Meld u nu aan
(18-10-2011) Op 7 oktober heeft Minister Schultz van Haegen (I&M) de tiende Voortgangsrapportage Project Mainportontwikkeling Rotterdam aan de Tweede Kamer aangeboden.
(11-04-2011) Vanaf vandaag gebruikt het project Buijtenland van Rhoon de website www.buijtenland.nl. Deze site blijft voorlopig in gebruik als referentie en archief.
Nee. Vergeleken met eerder onderzoek zijn de resultaten vergelijkbaar; de verspreiding richting de Zegenpolder is neit toegenomen, de verspreiding richting de Grienden is juist afgenomen. Ervaring leert dat hoe langer een stort ligt, hoe minder verspreiding er optreedt.
De grond en het grondwater van het stort zelf zijn ernstig verontreinigd met o.a. benzeen en olieachtige stoffen (fenolen en cresolen).
Er is lichte verspreiding van fenolen en cresolen naar de poldersloot
Het slib in de poldersloot is licht verontreinigd.
In de Zegenpolder zelf is lichte verontreiniging (door fenolen en cresolen) aangetroffen.
Er is geen verontreiniging aangetroffen in de diepere grondwaterlagen.
Er is geen verontreiniging aangetroffen in de Rhoonse Grienden.
De afdeklaag is van voldoende kwaliteit en dikte
De kleilaag onder het stort ontbreekt op enkele punten. Daardoor ligt het stort direct op een waterdoorlatende zandlaag. Dit verklaart de verspreiding naar de Zegenpolder.
Een ecologisch risico is een risico voor de omgeving en het milieu; een humaan risico is een risico voor de bevolking.
Wettelijk is er al sprake van een potentieel verspreidingsrisico als het volume van het stort meer dan 6000 cubieke meter is. Het volume van deze stort is zo’n 50.000 cubieke meter. Alleen daarom zouden er maatregelen moeten worden getroffen om mogelijke verspreiding tegen te gaan. In het onderzoek is ook feitelijke verspreiding geconstateerd, zij het in lage hoeveelheden. Maar dit is een tweede reden om wel tot maatregelen over te gaan.
Fenolen zijn organische en aromatische verbindingen die bijproducten zijn van olie raffinage, looien, textiel, verfstof-en harsproductie. Lage concentraties kunnen smaak en geur problemen veroorzaken in water, hogere concentraties kunnen het waterleven doden.
Over het algemeen wordt van cresolen gesproken wanneer een verbinding een methyl en een hydroxy substituent bevat. Cresolen kunnen al bij lage concentratie waargenomen worden door hun karakteristieke geur. Cresolen en derivaten van cresolen komen in de natuur veelvuldig voor. Zo zijn ze gevonden als metaboliet in verschillende micro-organismen alswel in urine. Bovendien komen cresolen voor in steenkool en andere teren.
Benzeen is een aromatische verbinding. Het is een vluchtige stof van benzine en diesel en kan leiden tot leukemie. Benzeen komt vrij bij verdamping van aardolieproducten en andere organische stoffen en bij onvolledige verbranding. De stof is kankerverwekkend. Tegenwoordig is de verwerking van en toepassingen van benzeen aan strenge internationale normen gebonden om de consument te beschermen tegen alle mogelijke risico's.
Mobiele verontreiniging blijft niet op zijn plaats. Dit zijn bijvoorbeeld vloeibare stoffen en stoffen die oplossen in grondwater.
Er zijn geen vaten of ander afval aangetroffen aan de voet van de stort aan de kant van de Grienden. Het vermoeden is dat zichtbare vaten een aantal jaar geleden zijn weggehaald en/of afgedekt door de beheerder.
Het onderzoeksrapport draagt 4 oplossingen aan:
1. Het volledig verwijderen van de vervuilingsbron; dat is het afgraven van het
stort en vervolgens storten op een Wet Milieubeheer stortplaats.
2. Isoleren, Beheren en Controleren; dat is het afdekken van het stort met
folie en het onttrekken van het grondwater.
3. De ‘zelfreinigende sloot’; de deklaag van het stort wordt als patchwork
(dunne plekken aanvullen) opgevuld, het watersysteem wordt zodanig
aangepast dat er goede afbraakomstandigheden ontstaan.
4. De ‘zuiverende polder’; het deel van de Zegenpolder aan het stort wordt
ingericht als rietmoeras, de zogenaamde ‘polder in polder’.
|
Variant |
Kosten |
Voordelen |
Nadelen |
|
1. Volledig verwijderen |
€ 17.000.000
|
Geen monitoring en nazorg minimaal |
Verwijdering bestaande natuur en infrastructuur, grote overlast omgeving, kosten |
|
2. IBC
|
€ 8.000.000
|
Beperkte monitoring en nazorg |
Verwijdering bestaande natuur en infrastructuur, grondwateronttrekking, kosten |
|
3. Sloot
|
€ 450.000
|
Gebruik natuurlijke processen, no-regret
|
Zuiverend vermogen op termijn mogelijk te beperkt, (beperkte) grondverwerving, monitoring en nazorg |
|
4. Polder
|
€ 700.000
|
Robuust systeem groot zuiverend vermogen, integratie met landschapspark |
Grondverwerving nodig ten koste van landbouw, monitoring en nazorg nodig |
Variant 1 en 2 zijn gebaseerd op de saneringsverkenning uitgevoerd in 2002 (Notitie Saneringmogelijkheden Rhoonse Grienden, IBS-code ZH/012/033, 27 november 2002).
De saneringsvarianten 3 en 4 zijn uitgewerkt door ACV. Kenmerkend zijn de inzet van natuurlijke processen en inrichting om verspreiding van verontreiniging te beheersen en (op termijn) te laten afnemen.
Afgraven is waarschijnlijke geen reële optie. Afgraven brengt grote risico’s met zich mee. De verontreinigde stort wordt opengelegd, en het materiaal wordt in vrachtwagens afgevoerd. Dit brengt gezondheidsrisico’s en milieurisico’s met zich mee. Het gebied zal een tijd ontoegankelijk zijn en het natuurgebied Rhoonse Grienden zal beschadigd worden. De dijkstabiliteit is in gevaar, mogelijk moet er een (tijdelijke) tweede waterkering worden aangelegd. En de kosten zijn hoog: 17 miljoen, exclusief maatregelen voor de waterveiligheid. Bovendien is het rijksbeleid zodanig dat afgraven nauwelijks meer wordt goedgekeurd. Juist vanwege de grote risico’s.
Het programma 750 hectare nieuw natuur- en recreatiegebied is onderdeel van Project Mainportontwikkeling Rotterdam